PORTALEN NAAR VERBEELDING I Vier fasen van verbeelding door Joke Cant

Hoe wakker jij de verbeelding aan bij je deelnemers? Als antwoord op deze vraag delen onze educatieve medewerkers concrete opdrachten in de reeks PORTALEN NAAR VERBEELDING. Voor deze post grasduinde Joke Cant, educatief medewerker theater, door haar theaterlessen. Daaruit selecteerde ze vier fases van verbeelding waar ze spelers graag naartoe leidt.

Naar elke fase kan je terugkeren, je traint andere aspecten en brengt telkens iets nieuws.
Joke Cant, educatief medewerker theater

Fase 1: Verbeelding om tot overgave te komen

We starten de dag in duo’s. Dit is een uiterst eenvoudige oefening die onmiddellijk de deur opent naar je eigen speelsheid. Stel je medespeler een activiteit voor en voer die samen uit. Na een tijdje wissel je en doe je wat de ander voorstelt. De enige spelregels: elk voorstel is goed en moet op groot enthousiasme onthaald worden, en het tempo moet hoog liggen (geen tijd om een oordeel te vellen over je eigen ideeën).

De activiteiten mogen heel alledaags zijn (tandenpoetsen, afwassen) maar ook compleet absurd (een mammoet kaalscheren, een zwembad leegdrinken). Al gauw vult de ruimte zich met duo’s die samen imaginaire giraffen voederen, over denkbeeldige springkoorden springen en met onzichtbare verf de muren felroze schilderen.

Het spelplezier, maar vooral de overgave om samen, wat niet echt is waar te maken, zindert in de ruimte.

Ze doen de rest van de dag alsof, maar bloedserieus, niemand twijfelt nog.
Joke Cant, educatieve medewerker theater

Fase 2: Verbeelding om een personage te ontwikkelen

Je bent een gorilla. Neem de tijd om te ontdekken hoe een gorilla, zit, de wereld inkijkt, zich voortbeweegt. Waar ligt je zwaartepunt? Welk tempo past bij je gorilla? Krab waar het jeukt. Bewaak je woonplek. Wat gebeurt er als een andere gorilla met onvriendelijke bedoelingen dichterbij komt? Val plots uit, kalmeer opnieuw.

Al tellend gaan we van gorilla naar mens: op 10 ben je de gorilla, op 1 ben je een mens met een innerlijke gorilla. Een mens die op een kantoor werkt: papieren ordent en notities maakt. Een gorilla met een deadline, onder stress. Wanneer de dingen mislopen, doe je je uiterste best om de gorilla in jezelf tegen te houden. Speel met plotse uitvallen en het herpakken van jezelf (van 1 tot 7 en terug naar 1).

Zo spelen we verder: worstelend met de innerlijke gorilla. Op de vloer ontstaat een bijzonder groepje kantoormedewerkers. De lichaamstaal, het tempo van bewegen, de blik is anders. De precisie, de doorgedreven handelingen. Doordat de spelers doorgedreven hun personage onderzoeken, ontstaat er een nieuw kantoor-universum met nieuwe regels en bijzonderheden.

Fase 3: Verbeelding om tot uitgepuurd spel te komen

Een lange verbeeldingstrip.

Breng de aandacht naar je gehoor. Luister naar de geluiden buiten deze zaal. Verplaats je aandacht dichterbij tot je het ruisen van je eigen bloed hoort. Je hoort trippelende pootjes. Een stortbui. Proef kleverige honing op de lippen. Ruik: vers gemaaid gras, koffie, rioolwater.

Kijk nu naar je handen alsof je ze voor het eerst ziet. Onderzoek wat ze kunnen: maak ze teder, laat ze verkrampen, laat ze gewelddadig worden. Neem de tijd, we blijven in deze trip, elk detail telt.

Daarna spelen we een eenvoudige scène: het vertrek. Iemand vertrekt bij hun lief, omdat die hen bedroog. Kies één handeling: verzet een stoel, doe een jas aan meer niet. De zintuigen staan op scherp. De adem leidt. De spelers zijn daar, ‘maniertjes’ vallen weg. Iemand prutst aan één knoop, daarmee wordt alles gezegd.

Spelen zoals men dénkt dat spelen is, valt weg, en maakt plaats voor uitgepuurd spel.
Joke Cant, educatieve medewerker

Fase 4: Verbeelding als motor voor inleving

Je speelt een dialoog. Je kent de tekst, de situatie is helder, je intentie is duidelijk, de kostuums kloppen. Nu moet er gespeeld worden.

Om ingeleefd spel te stimuleren, laat ik de spelers heel concreet hun verbeelding induiken aan de hand van vragen.

Waar was je (als jouw personage) vlak voor deze scène? Wat deed je? Wie was erbij? Visualiseer het. Waar was de plant, het mes, het contract? Vertel het jezelf. Welke gedachte had je vlak voor je eerste zin? Zeg die luidop. Met welke energie kom je op de scène? Uitgeput van een lange werkdag, bang van de buurman die net tegen je riep, opgeladen van een telefoontje met goed nieuws?

Aan de hand van deze vragen brengen de spelers zichzelf in deze toestand, stappen de scène in ... en laten los. De focus ligt nu op wat ze doen. Wat ze zeggen, of niet zeggen. Wat de tegenspeler doet, of niet doet. Ze zijn daar.

Datum bericht wo 13 mei '26