ACTIVISME EN FICTIE: EEN ODE AAN DE VERBEELDING

Fien, educatief medewerker literatuur, gaf de schrijfreeks Activisme & fictie. Geïnspireerd door wat ze tijdens de sessies zag gebeuren bij haar deelnemers, schreef ze een ode aan de verbeelding als levenshouding, als het verbindstuk tussen het schrijverschap en hoopvol toekomstdenken.

“Nobody can do anything very much, really, alone.”
- Ursula K. Le Guin

Vanavond geef ik les twee van de cursusreeks ‘Activisme en fictie’. Onderweg van het treinstation naar ons schrijflokaal dwalen mijn gedachten langs mijn lesvoorbereiding af naar een essay van Ursula K. Le Guin. Le Guin schreef dat een mens verbeelding nodig heeft om te leven.

“All of us have to learn how to invent our lives, make them up, imagine them.
... I think the imagination is the single most useful tool mankind possesses.
It beats the opposable thumb. I can imagine living without my thumbs,
but not without my imagination.”

- Ursula K. Le Guin

Verbeelding, en het vermogen om er verhalen mee te vormen, geeft ons de vrijheid om een toekomst, een doel, een identiteit samen te stellen, om te vertellen wie we zijn, wat we willen en waarom.

Onze verbeelding is dan wel ontzettend handig, ze komt niet uit het niets en ook niet vanzelf.
Fien De Block, educatieve medewerker literatuur

Verbeelding is een vaardigheid die we moeten leren. We hebben begeleiders nodig die ons hierbij helpen. Via die begeleiders reikt de samenleving waarin we geboren worden haar verhalen aan.

“What a child needs, what we all need, is to find some other people who have imagined life
along lines
that make sense to us and allow some freedom, and listen to them.
Not hear passively, but listen. Listening is an act of community,
which takes space, time, and silence. Reading is a means of listening.”
- Ursula K. Le Guin

Om te kunnen verbeelden, moeten we dus eerst luisteren naar wat er al is. Wat we daarvoor nodig hebben zijn anderen die ons verhalen vertellen, het liefst verhalen die ruimte laten voor onze eigen variaties erop. Le Guin benadrukt het belang van luisteren naar die verhalen. Ze schrijft dat verbeelding niet louter bestaat uit het creëren van dingen, maar net samenhangt met luisteren en lezen, hoe wij niet uit het niets nieuwe verhalen verzinnen, maar altijd binnen een context staan die ons een kader aanreikt, spelregels.

Hoop, wildplukkers en grootmoeders

Zo gaat het ook in ons schrijflokaal. Als de deelnemers met hun verhalen even later binnensijpelen in de Noordpoort, ontstaat er een uitwisselrondje. In deze reeks combineren de cursisten een interesse in een thema, een vorm van idealisme of activisme, met het schrijven van een verhaal. In de vorige les verbeeldden we personages die raakten aan die thema’s. Een vrouw deelt nu dat ze schreef over een groep activisten die de luchthaven van Deurne bezet, een andere cursist schreef een stukje uit het levensverhaal van haar grootmoeder neer. Nog iemand anders schreef cursiefjes over wildplukkers die rucola oogsten in de bermen van Berchem.

Zijn we te naïef? Wat als we die vraag even opschorten en kijken wat er gebeurt?
Fien De Block, educatieve medewerker literatuur

Ik ben hier graag, denk ik. Ik ben graag docent van de mensen die deze verhalen willen neerschrijven. Ik begeleid hen, maar hun verhalen voeden op hun beurt mijn verbeelding. Ze zijn zo welkom na een dag van cynische opinieteksten en onheilspellende nieuwsberichten online.

‘Zijn we nu niet te naïef?’ vraagt een cursiste zich luidop af. We hebben het intussen over het conflict in hun verhaal gehad en zijn verdergegaan met de kentering, het moment waarop er iets kantelt. Waar de bespreking van het conflict altijd een zwaar stukje les is, is die kentering het moment waarop de hoop voorzichtig komt bovendrijven. Wat kan er wél nog? Welke verhalen kunnen we wel nog vertellen?

‘Misschien,’ geef ik toe, ‘maar wat als we die vraag nu even opschorten en kijken wat er gebeurt?’ Ze knikt.

‘Hoop is geen ontkenning van datgene wat misloopt.’
... ‘Hoop is lumineus, maar niet verblindend,
ze belicht wat kan uitgroeien tot iets zorgzaams
.’
- Sixtine Bérard

In haar essay over radicale zachtheid verwijst Sixtine Bérard naar Sara Ahmed en Rebecca Solnit, twee auteurs die hoop vermelden als de nodige brandstof voor verandering. Ahmed benadrukt hoe hoop geen naïviteit, maar net energie voor strijd aanlevert. Solnit bespreekt in haar boek Hope in the dark: untold stories, wild possibilities hoe we nood hebben aan hoopvolle verhalen, aan de verbeelding van alternatieven, de verbeelding van een goede afloop.

'Changing the story isn’t enough in itself,
but it has often been foundational to real changes.’

- Rebecca Solnit

Fictie

Mijn schrijvers discussiëren, nemen dan uiteindelijk de pen weer op en schrijven verder aan hun nieuwe verhalen, aan de verandering die ze zich kunnen inbeelden. In deze cursus schrijven we geen pamfletten, geen essays of opiniestukken. Niet omdat we daar in principe tegen zijn, maar omdat we via verhalen een zachte vorm van activisme verkennen. Een radicaal zachte misschien wel.

We reiken thema’s aan, dialoog, context en meanderende verhaallijnen, eerder dan een ritje per direct naar een conclusie die te nemen of te laten is. Soms hebben we die harde en directe conclusies nodig, maar ik durf voorzichtig te opperen – zelfs een docent laat zich al eens een mening ontvallen – dat meer verhalen onze doelgerichte, gehaaste samenleving geen kwaad zouden doen.

Maar ik durf voorzichtig te opperen dat meer verhalen onze doelgerichte, gehaaste samenleving geen kwaad zouden doen.
Fien De Block, educatieve medewerker literatuur

Als het einde van de les nadert, delen enkele deelnemers nog spontaan een stukje. Ik luister en hoor de verantwoordelijkheid in hun woorden. De verantwoordelijkheid naar hun thema toe, naar hun personages toe. We ronden af en zij zetten hun tocht huiswaarts in. Ik blijf nog even zitten in mijn lege lokaal. Het ruikt er naar zweet en gebruikte lucht, maar er hangen flarden van verhalen die dat ruimschoots goedmaken.

Dat is het, denk ik, terwijl ik daar aan de schrijftafel zit; dit is verbeelding in de praktijk. Deze vrijplaats, dit lokaal, de ruimte van een nieuw verhaal, van een plotlijn, van een dialoog, de uitwisseling die daarop volgt, de zweetlucht van de inspanning. De verpletterende verantwoordelijkheid en het heerlijke genot van het schrijven. Het privilege om daar als docent een plek voor te kunnen creëren.
Het verhaal dat dat dan oplevert.

Verbeelding activisme en fictie
Datum bericht wo 29 april '26