PORTALEN NAAR VERBEELDING | schrijfoefeningen van Joke

Verbeeldingsvermogen betekent voor mij: een stapje verder gaan dan het eerste dat in je opkomt. Het is het vermogen om voorbij de logische, voor de hand liggende feiten te denken. Om nieuwe mogelijke werelden en hypothetische situaties te doen ontstaan. Om je eigen werkelijkheid te creëren.

Deelnemers zeggen soms van zichzelf dat ze geen verbeelding hebben. Om hun te tonen dat ze meer fantasie hebben dan ze denken, vraag ik hun naar het beeld dat bij hen opkomt bij een woord, bijvoorbeeld ‘kasteel’. De ene persoon ziet meteen een Disneykasteel met fijne torentjes en prinsessen voor zich, terwijl iemand anders zich een robuust fort inbeeldt waarop boogschutters zich tussen de kantelen verschansen.

Verbeelding hoeft dus niet uit het niets te komen. Om onze fantasie in gang te zetten, kunnen we altijd terugvallen op bepaalde concepten, beelden, situaties en ideeën die we allemaal wel in ons hoofd hebben. Om van daaruit tot een verhaal te komen, kunnen we onze verbeelding verder prikkelen door vragen te stellen. Ik werk graag met ‘wat als’ vragen om bij mijn deelnemers het vermogen te trainen om het voorspelbare verloop van situaties open te breken.

Deelnemers hebben altijd meer fantasie dan ze zelf denken.
Joke Depuydt, educatieve medewerker literatuur

WAT ALS? - schrijfoefening

  • Beginsituatie

Je gaat in je eentje op restaurant. Je zit rustig te nippen van je drankje wanneer de ober schoorvoetend komt vragen of er iemand aan jouw tafeltje mag aanschuiven. Door een dubbele boeking zitten ze met hun handen in het haar en jij bent de enige die alleen aan een tafeltje voor twee zit … Je voelt je aangesproken en gaat op het voorstel in.

  • Bedenk en noteer wat als-vragen op deze beginsituatie

Voorbeelden van wat-als vragen die kunnen helpen om vanuit deze beginsituatie een vervolg te bedenken:

Wat als je tafelgenoot geen woord zegt?

Wat als je tafelgenoot plots een satanisch ritueel begint uit te voeren?

Wat als jullie ook jullie stoelen moeten afstaan? En jullie bestek, jullie borden ...

Wat als je tafelgenoot plots begint te huilen?

...

  • Verzin twee scenario’s als vervolg op deze beginsituatie.

Kies twee wat-als vragen uit je eigen lijst en bedenk vandaaruit een vervolgscenario op de beginsituatie. Schrijf één van deze twee scenario’s uit tot ongeveer een scène van 50 zinnen.

Datum bericht wo 25 maart '26