Op 16 maart komen de nieuwe zomercursussen 2026 online. Schrijf in op de nieuwsbrief om een mail te krijgen wanneer het zover is!

24
dagen
16
uren
58
minuten
48
seconden

HET FILEREN VAN ACTEREN: de eerste cirkel van aandacht

Ik sta aan te schuiven in een lange troep aan de skilift. Iedereen schuifelt wat, er wordt her en der wat voorgestoken, zachtjesaan, niks ergs. Plotsklaps krijg ik een duw in mijn rechterzij, ik val bijna, hou me nog net vast aan linkerbuur. Een man stampt en duwt zich een weg door de groep, zijn dochtertje meesleurend. Hij maait genadeloos iedereen neer die in de weg staat. Ik roep ‘Mais monsieur, ça ne marche pas comme ça ici !”. Hij draait zich om, kijkt mij onbewogen aan en spuwt: ‘Quoi!”, en maait verder. HAAAAAAA, TOTALE RAZERNIJ IN MIJN BINNENSTE!

Wat gebeurt aan jou als je dat vertelt? Komt die felle emotie meteen mee? Jazekers. In de meeste gevallen gebeurt dat. Dit is mijn pleidooi: ga de emotie niet zoeken. Die komt wel. Een emotie is een gevolg van een situatie. Speel de situatie, en laat het je daar en dan overkomen.

Speel niet de emotie, dan speel je het effect, dat is niet geloofwaardig.
Eva De Mulder, educatieve medewerker theater

Inleving. Ik ben er als theaterdocent lang van weggebleven. Wat is dat? Hoe leer je dat aan? Liever dan het te hebben over ingeleefd spel of spel vanuit emotioneel geheugen, spreek ik over overtuigd verbeelden in de vijf cirkels van aandacht. Het klopt dat de kijk die een speler hun publiek geeft in een binnenwereld die normaal gezien privé blijft, theater net rijk maakt. En toch geloof ik dat er, om tot sterk theaterspel te komen, méér nodig is dan een puur inwendige focus.

In deze tweede blogpost zoomen we specifiek in op de eerste cirkel van aandacht. Lees hier de eerste post over de vijf cirkels van aandacht.

Cirkel 1 betreft alles wat zich binnen je vel bevindt. Je hart, bloedsomloop, ademhaling, alle organen, je spijsvertering, je spieren, je pezen, je gewrichten, je botten. Als je op podium staat voel je je hartslag versnellen, je ademhaling zet zich vaak wat hoger. Er trilt mogelijk iets. Mijn pleidooi: registreer dat. Negeer het niet.

Probeer het niet te overbluffen door het weg te spelen.
Eva De Mulder, educatieve medewerker theater

Erken dit effect op de binnenkant van je lijf, en ga vanuit die erkenning spelen. Het zal je spelen alleen maar eerlijker maken als jij je kwetsbaarheid daar en dan ook gewoon toelaat. Het doet je vertrekken vanop een echte positie, niet vanuit een ontkennen en wegspelen.

Cirkel 1 betreft ook de binnenkant van je hoofd. En dat kan op veel slaan, je eigen innerlijke monoloog. De urgentie, waarom je deze tekst, deze scène, deze rol wil spelen. Maar ook de gedachten van je personage, het objectief, het motief, de zaken die je dient te verbeelden.

Hoe werk je hier nu concreet rond in een theaterles?

OPWARMING

Vraag elke deelnemer: wat moet jij klaarmaken voor je begint? Moet je lopen, stappen? Een ademhalingsoefening doen? Dansen met grote beweging? Kortom: moet je je focussen, het lijf gebruiken, ontspannen, inspannen? Laat elk van hen het kort benoemen en doe elke aanloop even in groep, zodat het concreet wordt en de anderen ook ideeën geeft.

Laat iedereen even voor de groep staan en luidop benoemen wat ze registreren wanneer ze hun aandacht bij cirkel 1 brengen. Niet negeren, wel erkennen en benoemen. “Mijn hart bonst sneller en harder. Ik voel zenuwprikkels in mijn darm. Ik voel mijn vel warmer worden ter hoogte van mijn wangen. Mijn lippen jeuken.”

KIEZEN

Spreid verscheidene monoloogjes uit. Laat ze één kiezen die resoneert, waarbij ze denken: ja, dat zou ik kunnen schrijven. Ze lezen de monoloog een paar keer grondig. Daarna vraag je hen een paar regels te schrappen, zaken waar ze zich niet helemaal in herkennen, en die te vervangen door enkele eigen regels waardoor ze de tekst nog meer naar zich toe trekken. Wij, het publiek, zullen, als het goed is, nooit te weten komen welke regels van hen zijn en welke de initiële repertoiretekst.

VOORBEREIDEN

  • Intentie

Overkoepelend: wat wil ik als personage in het algemeen – iets groots en  abstracts, groter dan dit moment - bijv. roem, geld, liefde, macht. 

Scènisch: wat wil ik als personage in deze scène (van de ander)? – iets concreets, iets dat je kunt bereiken  - bijv. een kus, iemand overtuigen van iets. 

  • Urgentie

Wat is het dat je deze monoloog deed kiezen? Wat is jouw urgentie om deze te brengen? Wat moet je je voor de geest halen om tot deze situatie te geraken? Een mens, een situatie, een anekdote... wat maakt dat deze monoloog urgent is om te doen voor jou?  Hier put je uit je rugzak aan levenservaringen, jouw hengel met de situatie of het personage. 

  • Verbeelding

Som minstens vier omstandigheden op die je je best verbeeldt voor je begint. Dingen waarvan je je bewust wil blijven of worden.  
Er is net een kernbom gevallen, het is koud, het is midden in de nacht, ik heb geen schoenen aan, het is tien jaar geleden dat ik mijn tegenspeler nog gezien heb, de laatste keer dat we elkaar zagen was er een hoogoplopende ruzie over kaas ...  Dit haal je uit de tekst maar staat er niet letterlijk in, als verbeelde omstandigheden die je helpen om in de situatie te komen waarin je je monoloog doet. Het gaat over het verbeelde hier en nu. Maak het zo concreet mogelijk. Niet: ik ben moe, maar wel: ik heb een hele nacht niet geslapen. 

OEFENEN

We oefenen niet veel in deze fase. De enige oefening die ik hier vraag is het monoloogje uit het hoofd leren, en de eigen voorbereiding echt kennen.

BRENGEN

Brengen doen we mét de voorbereidende fase luidop. Je vertelt wat er gebeurt aan jou voor een publiek, wat je nu registreert. Je zegt een paar keer je concrete objectief. Je zegt je verbeelde gegeven omstandigheden. Je probeert die verbeelding ook op te roepen. Je benoemt je oorsprong. Je benoemt ook jouw urgentie, je hengeltje. Je gaat terug naar registreren wat en hoe er gebeurt binnen in jou. Gaandeweg sluip je de monoloog in en begin je hem te zeggen.

Voor mij is dit de start. Het gaat telkens om radicale eerlijkheid.
Eva De Mulder, educatieve medewerker theater

Ik geloof dat dit aan de basis ligt voor elk spel, elke speelstijl. Het ligt aan de basis van overgave en overtuiging. Ik geloof dat.

Datum bericht do 15 januari '26