Vaak zie ik een fantastische voorstelling, of impressionant acteerwerk, en dan probeer ik, een wetenschapper gelijk, te ontleden wat die speler deed, hoe, waarom het zo werkte. Hoe is die acteur tot dat acteerwerk gekomen? Dat is dan mijn basisvraag.
Hoe is die acteur tot dat acteerwerk gekomen?
Ik denk soms even het antwoord gevonden te hebben om het dan weer meteen weg te gooien en verder te zoeken. Of het mee te nemen en in verschillende vormen te onderwerpen aan onderzoek via lessen. Zo onderzocht ik de vijf cirkels van aandacht als de kern van acteren.
Je hoort vaak: om een emotie waarachtig te spelen moet die emotie je in het hier en nu overkomen om samen te vallen met je verbeelding. Met daaraan doorgaans gekoppeld dat containerbegrip: inleving.
Inleving. Ik ben er lang van weggebleven in mijn lessen.
Inleving. Ik ben er lang van weggebleven in mijn lessen. Wat is dat, ingeleefd spel? Hoe leer je dat aan? Daarbij komt dat dat naar binnen keren van een speler, en alle emoties die daarmee gepaard gaan en geëtaleerd worden, voor mijn smaak wat exhibitionistisch of weinig gelaagd voelt. Hoewel de transparantie in iets dat eigenlijk privé is, theater net rijk maakt, had ik toch het gevoel dat er meer dan een puur inwendige focus voor nodig om tot sterk theaterspel te komen.
De aandachtscirkels zijn geen nieuw concept. Ze werden geïntroduceerd door theaterpedagoog Stanislavski als deel van zijn acteermethode om tot inleving te komen, om authentiek en geloofwaardig spel neer te zetten. Stanislavski zelf onderscheidde er drie: jezelf, je medespelers, de wereld.
In de zoektocht naar hoe ik me deze methodiek van de aandachtscirkels eigen kon maken als theaterdocent, kwam ik uiteindelijk tot een afgeleide met vijf cirkels. Ik wil het zelf geen inleving noemen, geen emotioneel geheugen. Ik noem het overtuigd verbeelden in de vijf cirkels van aandacht.
De vijf cirkels van aandacht.
Iedereen staat in de ruimte. Je laat de spelers hun focus telkens verleggen.
C1: ga met je aandacht naar de binnenkant van je lijf. Voel botten, spieren, vezels. Ga je hele lijf langs. Voel je tanden, je ademhaling vanbinnen. Het rommelen van je darmen, het speeksel dat zich in je mond vormt. Het stromen van je bloed, het kloppen van je hart. Registreer je gedachten. Voel je maag zitten. Moet je plassen? Een scheetje laten? Waar begint dat gevoel dan?
C2: ga met je aandacht naar de buitenkant van je lijf. Steek je tong uit en voel de lucht erop. Snuif, wat ruik je? Wat hoor je vlakbij, en verder weg? Voel je je poriën? Een windje langs je vel, een luchtverplaatsing? Wat zie je vlakbij? Beneden je? Boven je? Op de horizon? Knijp met je ogen en kijk tussen de spleetjes. Ga eens in soft focus en dan weer in harde focus naar iets. Voel je je huid tegen je kleren? Je voeten in je kousen en schoenen? Je voeten in contact met de vloer?
C3: verschuif je aandacht naar de mensen hier aanwezig. Probeer ze eens allemaal tegelijk te zien. Kijk specifiek naar 1 iemand. Specifiek naar een detail van 1 iemand. Wat hoor je van de anderen? Raak iemand aan, verplaats je aandacht ook echt naar die aanraking, dat contact, de verandering in je zintuigen die dat brengt. Ruik eens aan iemand, door alle lagen zeep en waspoeder heen. Durf je ook even te proeven? Registreer de kleuren van iemands kledij. Kijk naar de stand van de handen, de voeten, de schouders. Kijk naar de stand van het gezicht.
C4: richt je aandacht naar de ruimte. Zonder kijken, voel de muren en ramen rondom je. Voel eens aan alle texturen hier aanwezig. Ruik eraan. Lik eraan. Volg eens de architectuur. Ga op alles zitten waar er te zitten valt (of bij stilstaan: registreer). Kopieer vormen. Ga op een plek staan waar je alles ziet, of op een plek waar alles jou ziet. Wat bevindt zich vlak uit deze ruimte? Welke andere ruimte? Kan je dat ook op één of andere manier registreren?
C5: richt je aandacht buiten deze ruimte. Naar de stad vlakbij, of het dorp. De kerk, het appartement. Wat bevindt zich allemaal in een perimeter van 100 meter? Van 1 km? Van 10 km? Van 1000 km? Op deze aardkloot? Wie bevindt zich aan de top van de wereld, van ons land? Wie valt er bijna af? Hoeveel auto’s rijden er op dit moment? Hoeveel treinen? Is er ergens file? Wat gebeurt er op dit moment aan de andere kant van de wereld? Wie heeft het goed? Wie niet?
Geef een instructiereeksje om het lijf wakker te maken in de ruimte. Bijvoorbeeld:
Loop naar de muur - Ga zitten op de grond - Tik je hiel aan - Wrijf de rimpels in je voorhoofd weg - Draai een pirouette - Spring - Raak met je achterwerk iets rood aan - Hef 1 arm hoog - Maak een holle rug - Maak een bolle rug
Laat hen die instructies nu doen in de verschillende cirkels van aandacht. Som ze op, geef hen tijd om de beweging te doen in de bewuste focus.
De helft van de groep is publiek, de andere helft komt binnen: de helft die zit te kijken geeft cirkel op. De spelersgroep heeft geen enkele andere instructie dan de cirkel. Die focus levert de actie – of niet, niks doen mag ook. Volg de impuls die je krijgt/ voelt.
Pas dit vervolgens toe op een dialoogje (leer uit het hoofd). De kijkers benoemen de cirkels van aandacht.
Gaandeweg beslis je zelf, alleen je cirkel en jij zijn je motor.
Wat levert dat nu op? Een enorme focus, soms op jezelf, soms op de ander, of de ruimte.
Wat levert dat nu op? Een enorme focus, soms op jezelf, soms op de ander, of de ruimte. Op de politiek hierbuiten. Het levert intensiteit en meerlagigheid op. Mindfulness ook, iets waar je als acteur de Olympische spelen in speelt.
Misschien zeg je wel: oh was het dat maar? Hewel ja, dat was het maar. Al heeft elke cirkel zijn verdieping.
