Mileen en Francesca zijn allebei educatief medewerkers dans bij WISPER. Zij programmeren alle danscursussen uit ons aanbod, en geven een deel van die cursussen ook zelf. Liesbet, educatief medewerker beeld & methodiek, ging met haar twee collega’s in gesprek over het bedenken en voorbereiden van danslessen.
Francesca:
When I started out, I mostly got inspired by workshops by other teachers. Now that I have developed my own methodology that I am happy and confident with, it shifted more towards things that I find interesting in my personal life and how I can project those into a context of dance and movement. There was a time when I was really into breathing techniques, so I started playing around with how breathing can influence movement. And then I took some sewing courses and got fascinated by how the use of materials can influence the way we move.
Mileen:
Het geïnspireerd worden door andere mensen is zeker nog altijd een heel belangrijk element.
Maar ik denk dat algemeen voor mij de grootste informatie en inspiratie echt via mijn eigen lichaam komt.
En dat merk ik ook: vlak voor een les komen er nog hele nieuwe ideeën en cruciale informatie binnen op het moment dat ik op de dansvloer ben. Door zelf in beweging te zijn, door mijn eigen lichaam te voelen, door de mensen te zien binnenkomen ...
En mijn eigen training, daar komt ook heel veel uit. Mijn eigen zoektocht ook, fysiek gezien. Niet meer hetzelfde lichaam hebben als 20 jaar geleden en mijn eigen proces daarin, dat geeft ook heel veel inspiratie. Wat leeft er nu? Wat kan er, wat kan er niet? Wat doen bewegingen bij mij? Wat roept dat op qua verbeelding?
Op het moment dat ik zelf begin te bewegen, in mijn training, in de studio, of met andere dansers, dan komen er vanzelf nieuwe ideeën en inspiraties. Omdat dat voor mij de plekken van onderzoek en ontmoeting zijn.
Francesca:
I am not sure, actually. When I am in my own practice, it really relates to my own body, my own physical needs. I would say my aha moments come from observing and connecting with the students during the classes, when I sense: “ah, they might need to learn this as well, on top of what I am teaching them right now”.
Mileen:
Dat doet mij denken aan ... Ik ben er door de jaren steeds meer belang aan gaan hechten om bij de start van de les ook volledig ingetuned te zijn met mijn eigen lichaam. Ongeacht de topic die er zal zijn, laat het de connectie met de groep en de les beter verlopen als ik zorg draag voor mezelf in de les die ik geef aan anderen. Ik heb ontdekt dat mijn lichaam en mijn fysieke noden op dát moment niet los hoeven te staan van de groep en de les. Of toch niet altijd. Dat is eigenlijk bijna gedwongen een leerproces geweest, omdat het een periode zo geweest is dat ik zelf heel veel fysieke last had na de les. Dat ik echt voelde van, wow, ik heb rugpijn na het lesgeven. Er klopt iets niet. En toen is die vertaalslag gebeurd: wat als ik eerst connecteer met wat er bij mij leeft en vandaaruit verbinding maak met de topic en de groep en waar we naartoe werken?
Usually I start at the end and make it back, a sort of scaffolding principle.
Francesca:
It usually starts with a brainstorm and lots of ideas written on the post-its. Next, I try to organize all those post-its. Usually I start at the end and make it back, a sort of scaffolding principle. I really need to first throw everything that pops in my mind onto paper and have this general visual idea. Some things I write down are very concrete exercises, some are very abstract ideas. So having all this together helps me see clearly the core principles I am working with and the variations that can apply.
So for a multi-day course in mindful movement I start by writing down: exercises related to getting into the body, exercises for getting together with the group, exercises related to the use of space, the use of emotions. And once I have this massive pile of post-its, I divide them over the different days. Next, I start to reflect on what would be a good daily build-up, so within the post-its I had planned for each day, I would say: okay, frist they need a moment to get to know each other, so an exercise that would help with that. Followed by a high energy exercises, on so on. And after lunch they need something calmer ... And that’s how I organize everything, taking into consideration the energy of people. Of course, energy levels are always somewhat unpredictable, but there is more or less a pattern that can be applied, like after lunch, everyone is a bit more sleepy than at the start of the day in the morning when everyone is super excited.
Mileen:
Dat rangschikken van die post-its en topics, dat herken ik. Bijvoorbeeld als ik een week moet geven, dan heb ik een gelijkaardig proces. Starten met een out of the box brainstorm voor zoveel mogelijk ideeën die ik op één of andere manier kan relateren aan die week. En dan begin ik te categoriseren, topics te distilleren. Maar ik bewaar wél alles uit elke fase, want ik weet – ook al heb ik gedistilleerd en prioriteiten bepaald – ik ga ergens in de reeks nog iets nodig hebben uit die brainstorm, afhankelijk van het moment, de groep, het proces.
Het werkelijk vooraf vastleggen, dat kan ik enkel bij de allereerste sessie. Zeker bij een totaal nieuwe situatie, een nieuwe groep, dan leg ik de start wel vast, maar de rest van het verloop, dat is informatie die ik pas te weten kom op het moment dat ik de groep heb.
Mileen:
Absoluut, ja. Ik merk dat ik constant bezig ben met: oké, waar zijn we nu, wat gebeurt er op dit moment, wat is er nodig, hoe zit het met de energieniveaus, wat Francesca ook zei. Moet er even rust zijn voor een digestion, of is er nu eigenlijk full energy nodig? En ook interessant is het besef dat ik keuzes kan maken die echt iets gaan bepalen in die week, en dat de ene keuze of de andere keuze niet beter of minder goed is. Ik kan er bijvoorbeeld voor kiezen om elke ochtend met exact dezelfde oefening te starten, ongeacht het energieniveau. Dat geeft de groep de kans om een soort van proces mee te maken, en zichzelf te ervaren doorheen iets dat altijd hetzelfde is. Maar: ik kan ook beslissen om elke dag iets anders te doen, en dat is ook rijk, want het geeft verschillende insteken. Het is niet zo dat één optie beter is dan de andere, maar de keuze die ik maak, is wel heel bepalend.
Francesca:
Yes, absolutely. But then again, these are the moments when you learn. You take a mental note of it for next time. And also, I find the conversation with students afterwards – especially regular students with whom you develop some sort of relationship – quite interesting. Because a lot of times the things I perceived as “it didn’t work” wasn’t that bad for them.
Mileen:
Het is ook leren om vertrouwen te hebben, dat het zijn weg wel gaat vinden. Een keuze waarvan ik het gevoel heb dat die verkeerd was, gaat misschien ook wel een betekenisvol moment geweest zijn op een andere manier. Het proces vertrouwen is dan voor mij wel de sleutel om daar een beetje rust in te vinden, om het te kunnen accepteren.
Mileen:
Vroeger had ik fysieke schriftjes. Ik heb die nog allemaal, dat is fantastisch om naar terug te kijken. En dat heeft eigenlijk nog wel een beetje een gelijkaardige, inhoudelijke structuur als nu. Brainstorm, dan een soort structuur aanbrengen, en dan wat is er effectief gebeurd.
Mileen:
Ik probeer wel op te schrijven hoe de les effectief gelopen is. Want het is echt al vaak gebeurd dat lessen zich ontvouwen en ontwikkelen op manieren die ik niet had kunnen bedenken. Ik vind het fijn om dat te onthouden, om daar soms naar te kunnen teruggrijpen. Al is dat iets waar ik heel voorzichtig mee moet zijn.
Ik heb al een paar keer in de val getrapt van te denken: ja, dat werkt! En dan iets opnieuw te doen met een andere groep, en te merken van oh nee, dat werkt soms.
Mileen:
Intussen ben ik al een paar jaar overgeschakeld op notities op mijn telefoon.
Francesca:
I used to write every lesson plan down, even per minute. But then I realized later on that most of the plans I would make were highly affected by the people that I was teaching and at a certain point I decided I needed to switch to a different method, and this is where my beloved excel document enters the scene.
I wanted to create a full library of knowledge of my own lesson plans. Especially for recurring courses, f.e. contemporary dance basics, mindful movement ... Of course you can never repeat the same course twice, but the principles that I work on are quite similar each time. So instead of starting from scratch every time, I gathered a full list of ingredients divided per theme: exercises for warming-ups, for strengthening ... Plus at least two variations, so I could adapt to the group I had in front of me.
It makes my lesson planning much faster en more efficient, but also I have at a glance all the options. So if I see that one exercise doesn’t work, I can immediately pick an alternative suited for that specific lessons.
Mileen:
Helemaal anders. En ook, ik heb eigenlijk bijna nooit meer mijn telefoon of mijn blaadje bij mij als ik lesgeef, zeker niet bij de lessen die elk seizoen opnieuw terugkomen. Dan voel ik me zeker genoeg om in het moment zelf te schakelen en te improviseren. Maar als ik in een totaal nieuwe context ben, met echt zo'n totaal ander soort groep, en dat ik zo minder het gevoel heb dat ik een beetje grip heb op wat er gaat gebeuren, dan houd ik die notitites wél bij de hand. Dan heeft mijn mind toch wat meer anker nodig.
Mileen:
Het gaat over een co-teaching reeks waarbij we met twee docenten zijn en elkaar afwisselen, en daarbij schrijven we eigenlijk veel op van wat er gebeurt om elkaar op de hoogte te houden zodat we wel een rode draad kunnen volgen. Er zijn andere lessen die zeer cryptisch zijn (lacht), maar ik zal een stukje voorlezen uit de improtraining die ik in een co-teaching gaf met Oona Van Aken.
Vaak gewoon een aantal woorden op voorhand, woorden waar ik wel de werelden achter ken, maar ik schrijf die werelden niet meer op.
Wordt vervolgd ...
De rest van dit interview werd verdergezet als opgenomen gesprek en is binnenkort te beluisteren als aflevering van de WISPER podcast!
