Aan het woord

Mathilde Cominotto

Ze heeft iets met vazen, vrouwen en bergen. Ze vindt dat iedereen kan tekenen. Een gesprek met illustratrice extraordinaire: Mathilde Cominotto!

Hoe kwam je bij WISPER terecht?

Ik heb de educatieve master gedaan in LUCA Brussel, en Liesbet (educatieve beeldmedewerker) was daar mijn stage mentor. Zelfs daarvoor al per ongeluk eigenlijk! Bij mijn derde bachelor hadden we boekjes gemaakt voor onze eindejaar tentoonstelling. Liesbet had er blijkbaar toen eentje gekocht, en dat hebben we later pas ontdekt.

Op welke manier ga je te werk? Hoe ziet je creatieve proces eruit?

Ik ben eigenlijk op dit moment een beetje in een soort shift van mijn creatief proces. Ondertussen ben ik al even afgestudeerd, en verandert er weer veel in mijn manier van kijken. Op eigen initiatief werken is echt helemaal anders dan in een Academische setting. Mijn visuele taal kan beschreven worden als: vazen, vrouwen en bergen. (lacht) Ik merk dat die elementen meer en meer terugkomen in alles wat ik doe. Ik ben begonnen met kleiner te werken en ook wat commerciëler. Kaartjes, stickers, kleine beeldjes, zonder dat daar per se een groot artistiek proces aan vooraf moet gaan. Op Academies worden commerciële dingen al snel gezien als “de duivel”, terwijl ze perfect hun waarde hebben en van kwaliteit kunnen zijn.

Vanwaar die vazen, vrouwen en bergen?

Die vrouwen, dat zijn liefst blote vrouwen. Vandaar dat ik ook ernaar uitkijk om lessen met naaktmodel te geven, die sluiten goed aan bij mijn eigen werk. Die fascinatie komt vooral vanuit mijn eigen zelfbeeld, de mooie vrouwelijke vorm, een feministische kantje, de combinatie van kracht en tederheid, speels en wulps maar tegelijkertijd ook braaf,… Een naakte vrouw is echt alles door elkaar.

De bergen komen van mijn Italiaanse grootvader. Ik heb hem nooit gekend, maar hij liet wel zijn memoires achter, waarin veel stond over de tweede wereldoorlog. Hij had meegevochten in de duikboten, eerst bij het leger en daarna zelfs bij het verzet. Mijn familie is afkomstig uit de regio van het Dolomietengebergte. Tijdens mijn masterjaar heb ik mij helemaal op zijn memoires gestort, en probeerde ik nogal fanatiek om die omgeving en de bergen terug op te roepen en weer te geven. De bergen zijn blijven plakken.

En dan die vazen... Op een rommelmarkt in de Marollen heb ik ooit een vaasje gekocht met een gekke vorm. Die ben ik beginnen natekenen, opnieuw en opnieuw. Telkens maakte ik aanpassingen totdat het een heel andere vaas werd.

Wat zijn je lievelings materialen om mee te werken?

Ik begin bijna altijd eerst met een simpel vulpotlood, het meest basic model dat er bestaat. Superduur (lacht). Niet dus. Maar meer heb je eigenlijk echt niet nodig om te schetsen. Ik heb er dan ook altijd eentje op zak. Verder werk ik graag dingen uit in Ecoline(stiften) of zwarte inkt. Collage komt ook vaak terug, maar dan niet in de klassieke vorm. Geen geknip uit tijdschriften of kranten!

Experimenteren met verschillende druktechnieken blijft ook een winner. Het komt erop neer dat alles altijd kleurrijk of “bold” moet zijn, zelfs in zwart wit. Als het geen felle kleuren zijn dan zijn het grote contrasten. Ik kan wel tedere figuren tekenen, maar de figuur gaat niet per se op een tedere manier getekend zijn.

Ik ben van mening dat iedereen kan tekenen. Uiteindelijk is het gewoon een wisselwerking tussen je spieren, je hand, je geest en je brein.

Wat doe je in case of an artist block?

Meestal in een boek bladeren, kijken naar de foto’s, zien of me dat iets doet. En dan gewoon beginnen natekenen. Of grijpen naar de dingen die je graag tekent, die herhaling kan nooit kwaad. Ik heb al 100 vazen getekend, maar dat kan geen kwaad. Je kan in je comfortzone beginnen, en ergens anders eindigen.

Maar wat eigenlijk veel beter werkt is onderweg zijn, wachten op iemand, dingen rond u horen... Zo de momenten tussenin. Dat moet jammer genoeg wel spontaan komen, en kan ik niet zomaar inplannen.

Ook belangrijk: niet alles moet meteen goed zijn. Ooit had ik een zware ‘case of artist block’ tijdens mijn eerste masterjaar. Ik raakte helemaal in paniek dat niks goed was en uit pure colère begon ik een ‘lelijk’ schetsboek. Ik toonde dat ook zo aan mensen: “kijk dit is mijn lelijk schetsboek, hierin staat al mijn lelijk werk” (lacht) Daar ben ik dan vollen bak los in gegaan, ineens durfde ik weer, want ik had de druk er helemaal af gehaald. Later heb ik het boek wel een andere naam gegeven, Elisabeth (lacht), want naderhand bleek dat die “lelijke” tekeningen vol goede ideeën zaten en dus ook hun waarde hadden.

Hoe bereid je je voor op een cursus geven?

Als het rond een bepaald thema is, maak ik graag een soort van mindmap. Dan kan ik een bepaald onderwerp echt helemaal gaan ontleden tot de kern, zowel qua techniek en verhaal. De volgende stap is dan om kunstenaars erbij te betrekken. Hoe hebben zij dit gedaan/aangepakt? Wat kunnen we van hen opsteken, om dan verder er ons eigen ding mee te doen.

En als laatste probeer ik altijd een soort spel-element ertussen te steken. Zo verassend/onverwacht mogelijk, zodat de cursisten even een andere kijk krijgen en uit hun comfortzone worden gehaald. Dan doe ik bijvoorbeeld het licht uit, en moeten ze maar even in het donker schilderen. Moet kunnen (lacht). Dat helpt mij ook als docent om niet in patronen te vervallen.

Waar ligt voor jou de meerwaarde aan illustreren in groep?

Dat mensen kunnen zien dat er meer dan 1 manier is om verhalen te vertellen of te illustreren. Iedereen heeft zijn eigen taal, en dat kan je soms enkel zien als je het verschil ziet met anderen. Er is geen 'juiste manier' om iets weer te geven, alleen jouw manier. Dat is eigenlijk de juiste! Sowieso kan er niets fout zijn bij Illustreren. Behalve dan in mijn ‘lelijke schetsboek’ (lacht).

Ik ben sowieso van mening dat iedereen kan tekenen. Uiteindelijk is het gewoon een wisselwerking tussen je spieren, je hand, je geest en je brein. En dat kan je trainen zoals je traint voor een bepaalde sport. Gewoon proberen. Niks moet. Ga maar, doe maar. Ik accepteer elk idee, elk resultaat, alles en iedereen in mijn lessen.

Wat doet het lesgeven met jou als tekenaar/met je werk? Biedt het bepaalde inspiratie, nieuwe inzichten?

Inspiratie an sich niet, maar het biedt wel een hele grote ‘drive’. Je ziet de cursisten zich amuseren, en dat werkt heel aanstekelijk. Dat maakt de drang groot om zelf thuis ook weer verder te experimenteren.

Heb je een goeie tip? Een tentoonstelling, tekentechniek, film die de moeite is,…?

Sowieso de tentoonstelling van Hockney in Bozar (Brussel). Ik ben zelf nog niet geweest, maar heb het wel in Centre Pompidou in Parijs gezien, en dat was fantastisch. Heel sterk, prachtige kleuren, zeer toegankelijk, maar het blijft gewoon steengoed werk.

En een prachtige film: “Ce magnifique gâteau”, een Belgische stopmotion animatiefilm. Je kan hem voor ongeveer vier euro kopen op vimeo, en je gaat er een leven lang van kunnen genieten. Ik grijp er zelf vaak naar terug. Ce magnifique gâteau (16+)

Welke cursus zou je zelf graag eens willen volgen?

Goh, dan denk ik iets met fotografie, daar weet ik eigenlijk niets van. Het lijkt me een goeie zet om de ‘basics’ onder de knie te hebben. Om daarna zelf te experimenteren, en ook om mijn eigen werken goed in beeld te leren brengen.

En natuurlijk ook pottenbakken! Aleja vazen. (lacht)

Nieuwsgierig naar méér na het lezen van dit interview?

Naar de cursussen met Mathilde Naar de instagram van Mathilde
Math
Datum bericht wo 19 januari '22