HET FILEREN VAN ACTEREN: cirkel 2,3,4,5

Ingeleefd spel draait niet om jou als speler. NIET. Het gaat altijd over jou in connectie met de medespeler, de ruimte. Daar dient je focus naartoe te gaan. Je richt je naar buiten in drie groter wordende cirkels: cirkel 2, 3 en 4 van aandacht. In een eerdere blogpost zoomden we in op de eerste cirkel van aandacht. Hieronder kijken we verder naar C2 (uitwending/zintuigen), C3 (de ander hier), C4 (de ruimte hier) en C5 (de ruimte buiten).

Cirkel 2, 3 en 4

C2, 3 en 4 halen de evenaar uit je gat en draaien eigenlijk volledig rond de totale focus op zintuigen. Radicaal eerlijk zijn in waar je aandacht naartoe gaat.

EERLIJKHEID IN ZINTUIGLIJKE WAARNEMING

Registreer wat er rond je is: de ruimte, het publiek, de medespeler. Wat bevindt zich onder je voeten? Voel je je schoenen en daaronder de grond? Hoe hoog bevindt het plafond zich ten opzichte van jou? Wat ruik je? Voel je de lucht op je poriën? Koud of warm. Voel je de vezels van je trui?

Per twee: leg je hand op het lijf van je partner. Hou hem daar. Registreer zintuiglijk, allebei: de huid, de stof van kledij, oneffenheden, warmte of koude. Alle aandacht naar die plek. Ruik, snuif de geur van de ander op.

EERLIJKHEID IN HANDELING

Helft groep doet, helft groep kijkt.

  • Hoeveel lampen hangen er in deze ruimte? 
  • Hoeveel vogels hoor je buiten? 
  • Zoek de verstopte sleutelbos. 

Als je iets moet doen, doe het dan ook echt. Doe niet alsof je telt, tel echt.
Elke keer opnieuw, hoe vaak de scène ook wordt herhaald. 

Als je iets moet doen, doe het dan ook echt. Doe niet alsof je telt, tel echt.
Eva De Mulder, educatieve medewerker theater

EERLIJKHEID IN CONNECTIE MET MEDESPELER EN RUIMTE

De “repetition word game” van Meisner:

Observeren:

Observeer elkaar zonder oordeel. Benoem wat je ziet bij de ander.

Per twee tegenover elkaar op een stoel: observeer elkaar luidop. Herhaal wat de ander zegt, en blijf dezelfde zin herhalen, op dezelfde toon. Kopieer ook de gebaren van de ander. 

  • A Je hebt zwarte schoenen aan
  • B Ik heb zwarte schoenen aan
  • A Je hebt zwarte schoenen aan
  • B Ik heb zwarte schoenen aan
  • A Je hebt bruine wenkbrauwen
  • B Ik heb bruine wenkbrauwen
  • A Er zit een sproetje op je neus
  • B Er zit een sproetje op mijn neus
  • Etc...

Interpreteren:

Nog steeds per 2, maar nu niet enkel observaties, ook interpretaties. Bvb

  • A Je lacht
  • B Ik lach
  • A Je lacht omdat je mij grappig vindt
  • B Ik lach omdat ik jou grappig vind
  • A Je lacht omdat je je ongemakkelijk voelt
  • B Ik lach omdat ik mij ongemakkelijk voel

Je blijft herhalen, maar in je intonatie kan je evengoed ook je antwoord geven. Ik vind jou grappig kan ook op een ongelovige toon, nietwaar?

Meisneren door elkaar:

Nog steeds per twee, maar nu spreek je niet af wie A is en wie B. Het fluctueert, zonder vaststaand patroon.

Meisneren door de ruimte:

Vervolgens met handeling erbij (loop door de ruimte en raak onderweg de stoelen aan die je tegenkomt). Laat impulsen toe, bedenk niet vooraf waar je naartoe gaat en wat je gaat doen.

Meisneren met een dialoog:

Neem een uit het hoofd geleerde dialoog. Het duo doet de dialoog. Af en toe onderbreek je de dialoog door “Meisner” te roepen. Dan begint het koppel te “meisneren”: observaties benoemen en interpreteren zoals hierboven. Wanneer je “Dialoog” roept, gaat de dialoog weer verder. Zorg dat het ene voortvloeit in het andere.

De arena:

Het dialoogduo voor een publiek van medecursisten. Het start met de voorbereiding van de spelers (in zichzelf maar wel luidop, hoorbaar voor het publiek) die voor zichzelf herhalen wat hun personage wil, waarom die dat wil ... Vervolgens begint de dialoog.

Onderbreek elke keer dat er twijfel kan bestaan over de oprechtheid of wanneer er geen aandacht lijkt te zijn voor de medespeler door een vraag te stellen. Die onderbreking kan slaan op:

  • De actie van de speler (vanuit oprechte impuls)
  • De reactie van de speler (oprecht en zintuiglijk)
  • Meningen over het gezegde (monologue interieur)
  • Meningen over wat jij zegt (mono int)
  • Waarom je iets zegt

Bijv.: waarom sla je de arm niet weg? Waarom verplaats je je? Wat vind je ervan dat je partner dit zegt? Welke stof voel je onder je hand bij deze aanraking?

Je kan dit onderbreken ook laten doen door deelnemers zelf, dat is een goeie oefening in kijken en opmerken wanneer iets niet helemaal oprecht lijkt.
Eva De Mulder, educatieve medewerker theater

Cirkel van aandacht 5: de wereld, de urgentie

Theater staat niet los van de wereld, integendeel, het bevindt zich er middenin.

Ik spreek een heel aantal keer over de urgentie. Waarom breng ik deze tekst, waarom vind ik het belangrijk om die aan een publiek en in de wereld te brengen. Daarin zijn vier woorden van belang: Ik, publiek of wereld, en brengen.

Over het brengen hebben we het al de hele tijd.

De ik is belangrijk: het is iets waar jij voor staat, of dat jij begrijpt, of dat jou bezighoudt. Waar je wakker van ligt, waar je nood aan hebt, wat je hebt meegemaakt.

Maar evengoed is publiek en de wereld hier belangrijk. Er is de kans dat deelnemers echt naar hun privéverhaal gaan. En daarvan kan, nee moet, je je altijd afvragen: heeft een publiek hier iets aan of is het exhibitionisme? Is mijn verhaal eentje dat universeel kan opgetild worden? Hebben we hier met z’n allen te maken met een gedragen herkenning?


Als de ik, het publiek, de wereld en het brengen hand in hand gaan dan heb je theater.
Eva De Mulder, educatieve medewerker theater
Datum bericht wo 23 september '26