In de kunsten hanteren we geregeld abstracte begrippen waarvan we niet zeker weten of we ze op dezelfde manier interpreteren. Het woord ‘spanning' is er zo eentje. Denk maar aan uitspraken als "ik vind het niet spannend", "er mist iets van spanning", "waar is de spanningsboog?".
Welke invullingen kan het begrip ‘spanning’ krijgen binnen jouw artistieke discipline? En hoe vertaal je die naar concrete opdrachten en experimenten binnen je lessen? Met die vraag gingen onze educatieve medewerkers aan de slag.
Bij het staan, zitten en lopen, zijn onze spieren voortdurend bezig met ons overeind én in evenwicht te houden. Die ervaring zorgt ervoor dat we ook beelden voortdurend afmeten aan dat lichamelijk gevoel van stabiliteit. We voelen mee met een dragende zuil omdat we zelf een zuilvorm zijn.
Onze lichamelijke gewaarwording is een graadmeter voor hoe we beelden lezen.
We voelen als het ware mee hoe het beeld zich overeind moet houden, hoe het zijn onderdelen bij elkaar houdt, tegen de zwaartekracht in. Dit fysieke voelen van beelden kunnen we inzetten bij het onderzoeken en creëren van spanning.
Het wordt spannend als er rustverstoorders in het spel komen die ons een fysieke sensatie van ongemak geven.
De eerste stabiele constructies laten zich niet verstoren in hun rust. Ze verkeren in statisch evenwicht. Vormen geven de indruk van een krachtenspel waarover we in lichamelijke termen kunnen praten: ondersteunen, dragen, inklemmen …
Het wordt spannend als er rustverstoorders in het spel komen die ons een fysieke sensatie van ongemak geven. Wanneer we dus het creëren van spanning als uitdaging nemen, zijn we eigenlijk op zoek naar die fysieke gewaarwording van onrust.
