Een werk dat lege plekken heeft, of waarvan niet alle onderdelen even minutieus werden uitgewerkt, geven we al snel de status “onaf”. We verwachten dat de lege vlakken worden ingekleurd, dat de schets van het gezicht nog uitgewerkt wordt. Door er bewust voor te kiezen om die verwachtingen niet in te lossen, train je een andere manier om naar je werk en naar je proces te kijken.
Tijdens de coachingsreeks voor schilders werkten we één dag rond instructies die het onaffe juist veroorzaken. Hun werk werd steeds opnieuw ontregeld waardoor ze wel moeten reageren, waardoor ze zich niet kunnen vastklampen aan een geslaagd deel van de compositie.
Het vermengen van af/onaf werd een strategie om de deelnemers weg te lokken van het werken op automatische piloot.
Op je schilderwerk sjablonen tapen die delen van je werk verborgen houden. Je schilderproces als gewoonlijk verderzetten, overheen de sjablonen. Nadien de verstopte delen onthullen. Kijken wat het effect is. Uitwisselen hoe niet ingevulde delen inspelen op het totaalbeeld. Beslissen of deze lege delen deel uitmaken van het werk of er verdere verwerking nodig is.
Laat je vastgelopen werk aan iemand anders over. Reageer niet wanneer geslaagde delen worden overschilderd.
Houd je werk ondersteboven en werk verder met deze vernieuwde compositie. Voeg een ander werk in en kijk of dit nieuwe samengestelde beeld andere spannende ingangen biedt. Geef een toevallige titel en laat je leiden door de associaties die deze titel oplevert. Laat je vastgelopen werk aan iemand anders over en reageer niet als deze je geslaagde delen niet spaart. Breng een transparante verflaag aan over je werk en gebruik dit mistige tafereel als achtergrond voor een nieuw werk.
Begin. Beschouw elke zet als de laatste. ‘Stel dat ik nog één laatste zet mag doen, waar zet ik die, hoe plaats ik die, welke vorm, kleur?’ Dit herhaal je keer op keer. Je werkt dus vanuit de intentie dat je iets afmaakt maar je oriënteert je telkens opnieuw: ‘wat heeft dit werk nu nodig?’ Je speelt dus met af en onaf in één werk.
Beschouw elke zet als de laatste.
Nieuwe verhalen in je werk zien omdat je door een andere lens kijkt. Jij bent veranderd, de wereld is veranderd. Waarover gaat dit werk nu? Een werk is nooit af in de interpretatie ervan. Je hoeft dus nooit te beslissen of iets af is. Maar je kan het werk telkens opnieuw inzetten.
