Hilde Van Malderen

  • inspiratie
  • literatuur

Zoals het een echte columniste betaamt, is ze niet op haar mondje en nog minder op haar pen gevallen. Van voetbaljournaliste naar schrijfster en schrijfdocente: Hilde Van Malderen over schrijf- en andere levensperikelen. 

/ herinner je je nog jouw ‘schrijfklik’?
Tien jaar was ik toen ik gevraagd werd om het kersttoneel voor de school te schrijven. En zo fier als een gieter toen voor de opvoering werd omgeroepen dat het script van de hand van een eigen leerling was! In het zesde leerjaar won ik de gemeentelijke schrijfwedstrijd en was het voor mij een uitgemaakte zaak: ik moest en zou schrijfster worden. Mijn mama temperde meteen mijn enthousiasme door te zeggen dat ik van schrijven niet zou kunnen leven, maar daar had ik natuurlijk geen oren naar.

/ wanneer besloot je om je focus te verleggen van journalistiek naar het schrijversschap?
Als voetbaljournaliste leefde ik in een kunstmatige bubbel van glitter en glamour die ik alsmaar minder kon rijmen met de echte wereld. Dus ging ik aan de slag als vrijwilliger bij een armoedevereniging in Gent. Tijdens een uitstap naar het NT Gent zag ik een WISPER-brochure. Een trigger: ik wist zelfs niet dat er schrijverscursussen bestonden!

De drang om mijn kinderdroom weer op te pikken werd groter en groter en ik schreef me in voor de cursus Literair schrijven. Dat viel me aanvankelijk heel zwaar want ik was het gewoon om te schrijven als een journalist: de feiten en niets dan de feiten, het liefst zo kort en bondig mogelijk. Ik had het heel moeilijk om dat los te laten. Pas naar het einde toe slaagde ik erin om me over te geven aan mijn fantasie.

/ welke noodzaak zat er achter je debuutroman Kathaai?
De aanzet was autobiografisch, maar op het einde bleven er heel weinig autobiografische elementen over. Met Kathaai wou ik vooral de liefde fileren tot op zijn egocentrische bot. Het gaat over mensen die vinden dat hun definitie van liefde de juiste is, terwijl ze eigenlijk enkel in staat zijn om lief te hebben als de ander voldoet aan hun voorwaarden. En dan krijg je van die psychologische spelletjes die eigenlijk heel rauw en triest zijn en merk je hoe onder grote ego’s vooral veel eenzaamheid zit.

/ op welke schrijfprojecten broed je nog voor de toekomst?
Momenteel ben ik een thriller aan het schrijven. Geen klassiek politieverhaal met een grumpy commissaris of een rechercheur die buiten de lijntjes kleurt: het wordt iets helemaal anders. Ik wil ook komaf maken met alle scenario’s en boeken die gedragen worden door mannen. Dat gegeven is al vaak genoeg aangeklaagd, maar als puntje bij paaltje komt, blijken de oude partronen toch steeds te hardnekkig. Daar wil ik graag wat tegengewicht voor in de schaal werpen.

Wat ik ook graag nog zou doen is toneelschrijven. Ik schrijf heel graag in dialogen dus ik denk dat dat me wel zou liggen. Er liggen twee ideeën klaar, nu nog de tijd om ze uit te werken …  

/ is er een genre waar je je nooit aan zou willen/durven wagen?
Science-fiction kan me niet zo boeien. En in pure romantiek ben ik ook niet zo goed. Ik krijg pas zin om over iets te schrijven als er een hoek af is. Geluk levert enkel saaie verhalen op!

/ welk boek ligt er momenteel op jouw nachtkastje?
Wat boeken betreft wissel ik non-fictie af met fictie. Wanneer ik een roman gelezen heb, kan ik nooit meteen aan een volgende beginnen, ik moet dat verhaal eerst laten bezinken. Momenteel lees ik Bella Figura, omdat ik zo hou van Italië. Ik ben met een app ook Italiaans aan het leren. Niet dat ik die taal zo vaak nodig zal hebben, maar het prikkelt me enorm en ik ben heel leergierig. Verder heb ik op een rommelmarkt een aantal oude boekjes van Françoise Sagan op de kop kunnen tikken: dat stapeltje ligt ook al te lonken voor nadien.

/ je mag op café met drie schrijvers, dead or alive. Wie kies je?

Françoise Sagan. Hoe zij op haar achttiende al zo matuur was om met Bonjour Tristesse te debuteren, daar ben ik heel erg van onder de indruk. Ze heeft dan wel een zootje van haar leven gemaakt, maar ik hou toch al niet van cleane levens. Ik geloof niet dat mensen altijd blij en vrolijk zijn. Laat ons maar af en toe eens goed in de modder rollen en toegeven dat we onnozelaars zijn in het leven. Dat zou veel meer deugd doen dan de schijn van Instagramperfectie op te houden.  

Verder kies ik voor Simone de Beauvoir: zeer intrigerende vrouw. Feministe, voorvechter, intens geleefd. En vooral: dat je m’en foutisme. Zalig. Ik zou wel een paar nachten met haar op café willen hangen.

Tom Lanoye maakt het gezelschap compleet, omdat ik zeer veel van hem zou kunnen leren. Hij beheerst zoveel genres. Ik hou heel erg van zijn stijl, van hoe hij gewoon zijn ding doet. Ik heb zelf veel te lang rekening willen houden met wat ‘de mensen wel niet zouden denken.’ Tom Lanoye zou op dat vlak wel mijn leermeester mogen zijn. Ik wou dat ik evenveel lef had!

/ je bent intussen één van onze vaste columndocenten. Wat zijn volgens jou de grootste valkuilen in het vak?
Als columnist gewoon willen vertellen wat je meegemaakt hebt. Dan kan je beter een dagboek starten. Om de interesse van de lezer te kunnen grijpen, moet je er altijd een eigen twist aan kunnen geven. Maar de grootste fout is dat beginnende columnisten veel te veel in één column willen steken. Less is more!

/ vind je het zelf ook leuker om je eigen mening in je teksten te steken in plaats van aan objectiev verslaggeving te doen?
Ik schrijf heel graag licht ironisch, met een knipoog. En dat kan wel een beetje als journalist, maar je moet toch vooral registreren en je bij de feiten houden. Dus ja, columns zijn zeker mijn ding. Eens je het column schrijven onder de knie hebt, is het ook zalig om mee bezig te zijn. Alles kan en mag: een zalige vrijheid om als schrijver mee te spelen!

Ook de knepen van het columnvak leren kennen met Hilde? Klik hier.