Giuseppe Minervini

  • inspiratie
  • literatuur

Giuseppe koestert een voorliefde voor de eerste zin van boeken, wil graag eens op café met een verrezen Kafka, recenseert proza bij Humo en bestookt zelf literatuurminnend Vlaanderen al enkele jaren met welgemikte poëzie en proza. Wie niet vies is van een literair experiment, is dit najaar uitgenodigd aan zijn schrijftafel.

In welk opzicht heeft literair experimenteren te maken met je eigen stem kennen?
Giuseppe /
Als schrijver heb je de drang om iets te vertellen, maar tot je het effectief op papier zet, weet je nog niet wat dat precies zal zijn. Die paradoxale situatie is de ruimte waar je je eigen stem vindt, je eigen noodzaak om te schrijven onderzoekt. Daar begint het experiment, dat zich verder uitzet in nadenken over vorm en taal: welke beeldspraak je kiest, hoe je dat oerwoud van krabbels structureert. En volgens mij is het pas wanneer je een zeker inzicht hebt in je eigen schrijven, dat je ermee kan gaan spelen. Er zijn ook een paar algemene regels, zoals show don’t tell of het vermijden van passieve tijd.

Blijven die overeind tijdens het experiment?
Giuseppe /
Vaak vergeet men dat die universeel gebeitelde schrijfregels ook voortvloeien uit één bepaalde literaire visie, die op dat moment populair is. Maar ik vind het niet interessant wanneer een kunstenaar de noodzaak van zijn werk in de verwachting van het publiek legt: die moet liggen bij wat je zelf wil vertellen. Regels doorbreken omwille van het doorbreken is evenmin interessant: ook dan wordt het een lezersverwachting die zomaar wordt ingelost zonder dat er intellectuele kracht achter schuilt. Maar als je er bewust van bent wat die regels doen voor je tekst, dan is het heel boeiend om ze eens radicaal om te keren en te kijken welk effect dat heeft. Misschien zegt het wel veel over een personage als hij consequent in passieven praat?

Gaat het dan alleen over vormelijke patronen?
Giuseppe /
Inhoudelijke patronen verwerpen vind ik tricky: wie ben ik om een oordeel te vellen over wat een ander wil vertellen? Wel wil ik in de cursus spelen met de mogelijkheden waarop je iets kan vertellen. Wil jij een antropomorfe nagelknipper uit een raam laten springen om je boodschap te brengen, dan moet je dat vooral doen. Dat is juist zo mooi aan verbeelding: er bestaan geen fouten in.

Je studeerde filosofie: heeft dat je eigen schrijven beïnvloed?
Giuseppe /
Filosofie zet tot denken aan en dat vind ik ook een vereiste voor goeie literatuur. De uitdaging zit voor mij in hoe je binnen elk medium of genre op de meest intrigerende manier kan nadenken om een boodschap over te brengen. Een voorbeeld: Synecdoche, New York van Charlie Kaufmann. Er is geen enkel filosofisch traktaat dat zo krachtig de existentiële horror overbrengt op de toeschouwer als die film.

Wil je ook de literatuurgeschiedenis erbij halen?
Giuseppe /
Hoe meer teksten we lezen – van elkaar én van andere schrijvers – hoe beter. Dat is belangrijk om te begrijpen hoe literatuur werkt, hoe betekenis wordt overgedragen. Ik hoop in de cursus vooral veel samen aan tekstkritiek te doen op elkaars en andere teksten: kijken wat erin gebeurt en hoe het gebeurt, wat werkt en wat niet. Op een heel socratische manier: als docent hoef ik daarbij zeker niet de luidste stem te hebben.

Hoe zou jij je eigen stem omschrijven?
Giuseppe /
Ik denk niet dat je ooit je eigen stem helemaal kan vastpinnen, alleen een dieper inzicht krijgen erover. Opnieuw: vooral door veel te lezen. Ik vind invloeden toelaten juist een sterkte, meer dan je op een geïsoleerde manier blindstaren op je eigenheid. Stijlen van andere schrijvers ga je toch altijd op je eigen manier toepassen, het is onmogelijk om daarbij je eigen stem te verliezen. Het ergste wat kan gebeuren, is dat je ineens begrijpt waarom je opnieuw moet beginnen. Je verandert van koers en maakt daarbij soms tabula rasa. Dat is pijnlijk, maar misschien ook wel een teken dat er in je schrijven iets op het spel staat.

Giuseppe begeleidt vanaf 22 november 2018 de cursus literair experiment. Inschrijven doe je hier.