Ellen in residence

  • literatuur

/ Maandag 2 juli

Ik trek de voordeur van ons huis dicht. Na meer dan een jaar schrijven in dit huis of in koffiebars, ‘ga’ ik vandaag werken. Ik fiets gezwind door de stad. Deze morgen heb ik boterhammetjes gesmeerd. Lekkere boterhammetjes, met kaas, tomaat en rucola. Want dat hoort nu eenmaal bij gaan werken. Na wat gesukkel met de sleutel, open ik de voordeur van de Bouwmeestersstraat. Nu volgt er gesukkel met mijn fiets die ik moeilijk het trapje voor de deur op krijg. Maar kijk, daar is de sympathieke Bent Van Looy, die de deur voor me open houdt.

Het eerste half uur loop ik wat verloren rond in het beeldatelier. Welke tafel zal ik kiezen? Waar vind ik koffie? Is er een stopcontact voor mijn laptop? Voor ik aan de daad van het schrijven kan beginnen, worstel ik telkens met uitstelgedrag. Thuis vertaalt zich dat in: ik zal nog even naar de bakker gaan, de planten lijken water nodig te hebben, ik kijk nog even naar mijn mails en meer van dat soort tijdverdrijf. Hier in het beeldatelier van WISPER wordt het: ik moet de nieuwe structuur van mijn roman op papier zetten. Een nieuw huis. Centraal in mijn boek staat immers een miniatuurhuis. Ik maak een eerste schets op papier. De lijntjes van het huis in pen, de titels van de hoofdstukken in potlood, want dat verandert wel eens doorheen het schrijven.

Ik neus wat rond in het materiaal in het beeldatelier en ontdek drukinkt. Het resultaat van de dag: een monoprint van het miniatuurhuis. Nu maar hopen dat dit beeldatelier me ook zal doen schrijven.

  

/ Donderdag 6 juli

Mijn twee zoontjes zijn nieuwsgierig naar het atelier waar mama nu gaat schrijven. Ik neem hen een voormiddagje mee. Eerst stellen ze veel vragen: ben jij hier helemaal alleen? Wie zit er in die andere kamers? Ik leg hun uit dat dit ooit een school was, maar dat het gebouw nu bevolkt wordt door allerlei kunstenaars. Dan gaan ze op verkenning in het atelier. Ze schilderen met een echte ‘kunstenaarsborstel’, maken een print, er wordt geknipt en geplakt. Ze besluiten dat kunstenaar zijn heel leuk is.

Plots vraagt mijn oudste zoon ‘Mogen kunstenaars alles doen wat ze willen?’ Ik slik even. Ik denk aan de vele gevluchte schrijvers die ik via mijn werk bij PEN Vlaanderen leerde kennen. Kunstenaars die niet mochten doen wat ze willen. ‘Soms, maar niet altijd,’ antwoord ik mijn zoontje. Hij knikt en werkt verder aan zijn collage. In de namiddag heb ik het atelier voor mij alleen. Ik installeer me aan een tafel bij het raam.

Schrijven, schrijven, schrijven. Heerlijk. Fijn om een plek te hebben om te ‘gaan’ werken. 

  

/ Zaterdag 22 juli

Mijn tweede week in de Bouwmeesterstraat. Het beeldatelier voelt al aan als een vertrouwde plek. Het werken aan mijn roman verloopt hier vlotter dan thuis. Is het de omgeving? De aanwezigheid van de creatievelingen die naast en onder mij aan het werk zijn? Het gevoel om op een werkplek te zijn? De afwezigheid van een internetverbinding speelt zeker en vast een rol. Soms vloek ik even wanneer ik iets wil opzoeken of op juistheid wil controleren en dat niet kan. Maar het ontbreken van internet is toch vooral een zegen voor de schrijverij. Ik surf immers zo gemakkelijk van de ene naar de andere pagina, naar mijn mail, naar facebook en andere tijdverdrijverij dat de minuten snel wegtikken. Nu schrijf ik gewoon op wat ik wil controleren en doe dat ’s avonds thuis. Ik word hier nog een efficiënte schrijfster.

Wanneer de zon schijnt, verplaats ik me naar buiten. Dit was ooit de speelplaats van de school. Het is een prachtige plek met vervallen metalen luifels en een verdwaald kleurrijk kunstwerk. De perfecte plek om scènes na te lezen en aantekeningen te maken. Op het einde van de week neem ik afscheid van het beeldatelier. Voor even toch. Twee weken vakantie. Ik geef de planten extra water en hoop ze snel weer terug te zien. 

   

/ Vrijdag 4 augustus

Het was een vruchtbare week. Ik werkte versie-ik-weet-niet-meer-hoeveel van mijn nieuwe manuscript af. In de eindfase – ik hoop toch dat ik daar beland ben – voelt het alsof ik een timmerman ben die schaaft en schuurt om een zo mooi mogelijk resultaat te verkrijgen. Een woord vervangen door een ander woord, of nee, toch dat eerste woord behouden. Een hoofdstuk dat naar voor moet in het verhaal. Of moet het volledig geschrapt worden? En niet te vergeten: de stopwoordjes eruit in filteren. In dit verhaal werd veel te veel Cynar met witte wijn gedronken en vloeiden ook de beschrijvingen van kleuren iets te rijkelijk. Schrappen, schrappen dus.

Het is fijn om dit timmerwerk in het beeldatelier van WISPER te doen. De tafels zijn er groot zodat ik me kan omringen met alle papieren, aantekeningen en nota’s die ik nodig heb. Ik maak ook een groot schema zodat ik een overzicht krijg van wat ik in welk hoofdstuk vertel. Het manuscript kan nu een tijd aan de kant. Opsturen naar de uitgeverij en wachten op de feedback. Volgende week is er dus tijd en ruimte voor wat anders. Deze week kreeg ik voor het eerst gezelschap van Elske Van Lonkhuyzen. We werken een namiddag samen. Gek hoe het getik van haar vingers op haar laptop mij aanzet om niet te treuzelen en ijverig door te schrijven. Soms is het even stil, dan telt ze haar haiku-woorden op haar vingers na. Ik kijk alvast naar haar toonmoment eind augustus. En kijk, de Bouwmeestersstraat is mijn manuscript in geslopen.

 

/ Zondag 13 augustus

Een nieuwe week, een nieuwe start.  Ik ruim mijn werktafel op. Alles wat ook maar doet denken aan het manuscript van mijn tweede roman moet voor enkele weken verdwijnen. De uitgever en een collega-schrijver mogen er nu hun ogen over laten glijden. Ik wil afstand nemen, zodat ik er later met een frisse blik weer mijn tanden in kan zetten. Al lange tijd heb ik een boek over tango in mijn hoofd. Geen handleiding of naslagwerk, maar een soort van mozaïek met korte verhalen, essays en interviews waarmee ik lezers warm kan maken voor deze prachtige dans en cultuur waar ik zelf zo verslaafd aan ben.

Hoewel ik al enkele jaren dans, ben ik in tango-termen nog steeds een tango-baby. Daarom laat ik me bij het schrijven van dit boek leiden door Dirk De Brauwer, een milonguero met meer dan een kwarteeuw danservaring. Fase één van dit nieuwe boek: lezen, veel lezen, notities maken. Heerlijk om dat hier te doen. 

 

/ zaterdag 2 september 

De afgelopen weken kon ik minder tijd doorbrengen in het atelier. En ik miste het. Waar ik kon, probeerde ik toch om enkele uurtjes te gaan. Het blijft me verbazen hoe ik in de Bouwmeesterstraat meer werk verzet dan thuis in mijn schrijfkamer. Op een paar uur heb ik een ruwe versie van een kort verhaal klaar.

Mijn tangoboek begint langzaamaan meer vorm te krijgen. Ik heb de thema’s geselecteerd waarover ik het zou willen hebben: de connectie, de geschiedenis, de muziek, de passie, tango hier in België ... Hoe meer boeken ik lees en hoe meer artikels ik achter de kiezen heb, hoe meer ik besef hoe rijk de tangocultuur is. Mijn boek zal slechts een kleine stukje ervan weerspiegelen.

Research doen, interviews afnemen, het is fijn werken. Heel anders dan een roman. Al hoor ik mijn manuscript me af en toe roepen. Het herschrijven stel ik nog even uit.